Het appartement in het voormalige Hotel Rubens (1926) moest verbouwd worden omdat de oorspronkelijke hotelindeling het dagelijks gebruik hinderde. De ingreep focust op het openen van het zeezicht en het binnenbrengen van licht, zonder deze meteen volledig prijs te geven bij het binnenkomen. Door een dragende tussenmuur te openen zijn de vroegere afzonderlijke kamers samengevoegd tot één grote leefruimte gericht op de zee. Het keukenblad werd dwars geplaatst en zwevend bevestigd aan een centrale penant, met een spiegelende onderzijde die het lichteffect versterkt.
De inkomhal maakt een bocht rond de keukenberging en leidt bezoekers geleidelijk naar het licht. Krommende, hoogglanzende wanden reflecteren het Noordzeelicht als dansende vlekken. Een spiegelende schuifdeur versterkt deze reflectie. Zoals in een schelp spelen licht en afgeronde vormen een hoofdrol, ondersteund door zachte kleuren in verschillende glansgraden.