We zijn geïntrigeerd door deze kleine oase met mooie bomen en het weefsel van verschillende stukjes buitenruimte die tussen de bestaande gebouwen in liggen. Met het bestaande bomenbestand als randvoorwaarde zoeken we een compacte manier om het gevraagde programma op een beperkte oppervlakte te realiseren. Een speelplaats met verschillende deelruimtes waar activiteiten elkaar niet storen, is essentieel.
Een vrijstaand volume biedt het voordeel omliggende ruimtes te organiseren zonder dode hoeken, wat toezicht vergemakkelijkt. Het zorgt bovendien voor een maximale lichttoetreding en door zijn compacte vorm voor een beperkt warmteverlies. Het gebouw wordt zo een sculptuur met steeds wisselende gezichten, een herkenbare plek waar leerlingen en docenten een band mee kunnen opbouwen.
Steineronderwijs ziet kinderen niet als de passieve ontvangers van opvoeding en als onvolledige volwassenen-in-wording. De school als ruimtelijke structuur kan deze visie ondersteunen door kinderen actief te laten participeren in hun leeromgeving en samenleving. De afgesneden hoeken van het volume laten veel zichten open. Daarnaast is er een directe connectie tussen het gelijkvloers en de buitenruimtes via grote opengaande delen die deze ruimtes visueel- en/of functioneel kunnen openstellen naar de omgeving.
Naast de functionele indeling willen we het pedagogische traject ruimtelijk verbeelden. Interne ontsluitingen zoals trap en lift worden gecombineerd met een rondgaande trappenpartij, die de klassen op verschillende niveaus verbindt met buitenruimtes en boomkruinen. Zo krijgt het doorlopen van de schoolcyclus een tastbare uitdrukken en wordt het opgroeien ervaren als een proces van ontdekking en blijvende verwondering.