De verkaveling aan de Luitenant Dobbelaerestraat en de Azaleastraat wordt bewust opgevat als een woonerf en breekt expliciet met de klassieke verkavelingslogica waarin de open ruimte hoofdzakelijk als straat en verharding wordt ingericht. In plaats daarvan staat het landschap centraal en wordt de beschikbare ruimte maximaal gevrijwaard voor collectief groen. Acht gezinswoningen worden gegroepeerd rond een gemeenschappelijke, landschappelijk ingerichte binnentuin die fungeert als ruimtelijk en sociaal hart. De interne ontsluiting is minimaal, met waterdoorlatende verhardingen en zonder uitgesproken straatprofiel. De architectuur sluit aan bij de schaal en het landelijke karakter van de omgeving door een sober volume, hellende daken en een bakstenen materialisatie.